De toekomst van coaching

    Is er in de toekomst van coaching nog plek voor een olifant?

    De toekomst van coaching, hoe ziet die er uit? Er lijkt zich een tweedeling voor te doen in coachland. Enerzijds zien we een rationalisering die gepaard gaat met certificering, accreditatie van opleidingen, verzakelijking en protocollen. Hier roepen mensen vooral ‘Ik wil wel doen wat werkt!’ Anderzijds is er een intuïtieve stroming met meer aandacht voor de mens, relaties, het vrije karakter van coaching en meer exotische visies. Dit kent een zachter karakter en hier roepen mensen vooral ‘Ik wil wel coachen met een ziel!’

    De-toekomst-van-coaching-Alexander-van-den-Berg-ZIN-gecertificeerd

    More...

    Wat betekent deze tegenstelling? Sluiten beide benaderingen elkaar uit? Wat gaat dit betekenen voor de toekomst van coaching?

    1. De gevaren van de rationele benadering van coachen

    Aan de rationele kant zien we een traditie die is gevormd uit de Griekse filosofie, die aan de basis staat van het wetenschappelijke denken in het Westen. De rede of ratio heeft ons vrijgemaakt en onderscheidt ons van de dieren. Kennis en technologie zijn de verworvenheden van die rationele manier van leven. Beheersing van de ratio leidt tot beheersing van onze wereld.

    Onder invloed van deze verlichte vorm van denken worden zaken in onze samenleving vastgelegd, gemeten, gecontroleerd en geformaliseerd. De kwaliteit van een coach en een coachopleiding zijn dan objectief vast te leggen en te beheersen. Net als bijvoorbeeld kwaliteitsbehandelingen in de zorg, of klantgerichtheid in het zakenleven.

    Het gevaar hiervan is vervreemding. Er wordt dan voorbij gegaan aan de mens. De mens wordt een middel en niet meer een doel in zichzelf. Dat kan je merken, voelen zelfs. Een bejaardenverzorger zet een timer aan als hij een bewoner gaat wassen. Een hulpverlener stelt een diagnose aan jouw antwoorden op zijn vragen, maar voert geen gesprek van mens tot mens en vertelt je vervolgens welke stappen je moet doorlopen om weer aan het werk te kunnen.

    Een ander, gerelateerd gevaar van deze benadering is uitholling en uitputting. Dat je de omgeving kan beheersen, ontginnen en herstructureren wil nog niet zeggen dat je dat moet doen. Voor je het weet zijn de zeeën leeggevist en vervuild en is ons geld niets meer waard. Er zijn grenzen aan de maakbaarheid. Niet alleen omdat we te ver kunnen gaan, maar ook omdat blijkt dat we niet alles in de hand hebben.

    2. De gevaren van de intuïtieve benadering van coachen

    Aan de andere, zachte, kant is er de meer intuïtieve benadering, waar gevoel en niet-wetenschappelijke visies de ruimte krijgen. Hier kan je je meestal niet baseren op wetenschappelijke studies. Het voelt gewoon goed en dat het werkt baseer je op je eigen ervaring. Alternatieve benaderingen, New Age en Oosterse filosofieën, zoals Boeddhisme en Taoïsme, vind je hier ook terug.

    De manier van denken lijkt anders te zijn dan van de rationele kant. Een mooi voorbeeld is dat bij Indianen juist niet ratio als intelligent wordt beschouwd, maar respect. Geen ultieme maakbaarheid dus, maar leren meebewegen.

    Het gevaar van deze manier van denken is een gebrek aan controle en verandervermogen. Daarvoor zijn twee oorzaken aan te wijzen. Ten eerste kunnen mensen een vorm van gelatenheid ontwikkelen. Dit is herkenbaar in veel Oosterse culturen, waar meer nadruk wordt gelegd op het aanvaarden van het lot.

    Als tweede oorzaak van een gebrek aan controle en verandervermogen is een gebrek aan kennis en kunde aan te wijzen. Als je überhaupt geen systematische observatie doet naar de gevolgen van jouw handelen, dan zal je van veel zaken nooit leren wat wel en wat niet werkt. Zo kan je eeuwen blijven geloven in methoden die niet werken.

    Key points - Alle manieren van coachen hebben voordelen én nadelen

    De tweedeling in coachland lijkt een verrationalisering versus een intuitivisering te zijn. Beide benaderingen hebben hun gevaren.

    • De gevaren van de rationele benadering zijn vervreemding en uitputting en uitholling. 
    • De gevaren van de intuitieve benadering zijn gebrekkige controle en verandervermogen. 

    3. Integrale coaching; Aristoteles meets Boeddha, on an elephant

    De benaderingen gaan niet alleen over hoe in het leven te staan, maar ook over hoe we onszelf zien. Enerzijds zijn wij rationele wezens en anderzijds zijn wij intuïtieve wezens. Beide beelden kloppen, alleen zijn ze afzonderlijk niet volledig. De benaderingen groeien naar elkaar toe, nu ze elkaars waarheden en gevaren gaan inzien.

    Er ontstaat een gedeelde visie van de gelaagde, complexe en dynamische mens. De mens is een complex systeem van samenwerkende delen, waaronder een bewust en een onbewust deel. We hebben het hier niet over het onbewuste van Freud, maar een meer intuïtief en automatisch opererend groot deel van onszelf, tegenover ons denkende, rationele deel (Kahneman, 2011). In wetenschappelijke kringen is er meer en meer zicht op en erkenning voor dit onbewuste en komen er meer theorieën waarin de mens bestaat uit verschillende systemen (Epstein, 2003).

    Volgens deze gedeelde visie kan je de mens het best beschrijven volgens de metafoor van een berijder en een olifant die samen op pad gaan. De berijder is het rationele, bewuste en gecontroleerde deel van onszelf. De olifant is het intuïtieve, onbewuste en automatische deel van onszelf (Haidt, 2006). Ze moeten goed zelfstandig kunnen functioneren en goed samenwerken om efficiënt en prettig vooruit te komen op het pad.

    Concreet betekent samenwerking tussen de berijder en de olifant dat ze een zekere rust en stabiliteit hebben, dat ze van ervaringen en elkaar leren en dat ze weten wat ze aan de ander kunnen overlaten. Ieder deel heeft namelijk zo zijn eigen talenten. De olifant bijvoorbeeld, kan veel eerder dan de berijder doorhebben dat bepaald gedrag vaker tot verlies leidt dan tot winst. De olifant wordt dan onrustig als hij een bepaalde kant op wordt gestuurd. De berijder vangt dit onderbuikgevoel op en is in staat om systematisch te toetsen of het klopt (Damasio, 2005).

    Key points - Manieren van coachen vullen elkaar aan

    De verschillende benaderingen (rationeel en intuïtief) hoeven elkaar niet uit te sluiten; ze vullen elkaar juist aan. In wetenschappelijke kringen zien we hier nieuwe ontwikkelingen in. 

    • Dat wij met beide benaderingen kunnen werken, zegt dat we zijn toegerust met systemen die op beide wijzen werken. 
    • Kortom, wij mensen zijn te beschouwen als een olifant (het intuïtieve deel) en de berijder (het rationele deel) die samen op pad gaan. 
    • Beide delen kunnen van elkaar leren en elkaar versterken. 

    4. De essentie van coaching; Een eindje opgaan met de ander

    Meer en meer wordt duidelijk dat de effectiviteit van coaching hem zit in de relatie die de coach aan gaat met de coachee en in wie de coach zelf als mens is (De Haan, 2008). Coachen is dan er voor de ander zijn, warmte en aandacht geven, samen moeilijke momenten doorstaan. Kortom, jezelf als instrument inzetten voor de begeleiding van de ander.

    Je gaat een eindje op met de ander, waardoor hij of zij een fundamenteel vertrouwen ontwikkelt. Als de coachee wil dat zijn berijder en olifant goed als team kunnen functioneren, dan zullen ze voldoende rust en vertrouwen moeten hebben. Dat gaat dieper dan de uitspraak ‘ik heb veel zelfvertrouwen’. Het is meer een affectieve basis die in de diepere hersendelen ligt ingebakken. Een van de belangrijkste functies van coaching is deze basis te bieden en te ontwikkelen bij de coachee.

    Dit proces is mooi te illustreren met hoe een rat en haar jongen samenleven. Door de verzorging en eigenschappen van de moederrat worden vele, met name affectieve en stofwisselingsprocessen, in goede banen geleid. Zoals hartslag, zuurstofverbruik en niveau’s van corticosteroïden en adrenaline (stresshormonen) en van oxytocine (hechtingshormoon). Elke eigenschap of gedraging van de moederrat beïnvloedt een of meerdere specifieke processen in het rattenjong (Hofer, 1987). Zo worden stresshormonen beïnvloed door lichamelijk contact en melk. De lichamelijke activiteit van het rattenjong wordt beïnvloed door de warmte van de moeder.

    Wanneer de moederrat weg wordt gehaald verliezen al deze processen hun balans en schieten ze alle kanten op (Goldberg et al, 1995). De rattenbaby vertoont paniekerig gedrag en als de afwezigheid van de moeder aanhoudt gaat het over in een toestand van wanhoop. Als de moederrat weer terug is brengt ze met haar eigenschappen en gedragingen alle processen weer in balans. Op deze wijze verkeren moeder en baby in een soort dans. Ze reageren op elkaar en de baby ontwikkelt emotionele stabiliteit. De baby is dan veilig gehecht en is in staat gezond gedrag te vertonen en later zelf jongen groot te brengen.

    Mensen, niet alleen kinderen, maar ook volwassenen, hebben ook deze stabiliteit nodig. Al in de veertiger jaren van de vorige eeuw toonde Spitz al aan dat in ziekenhuizen baby’s zonder aandacht en warmte een zeer grote kans hadden op overlijden (Lewis et al, 2001). Als zo’n baby de kinderjaren overleeft krijgt hij of zij later meer ziekten en gedragsproblemen (Ainsworth, 1978). Stabiele ouders, leerkrachten, vrienden, partners, managers, et cetera, bieden de aandacht en warmte voor een mens om te groeien en functioneren.

    Zo ook coaches. Dit doen ze simpelweg door een eindje met de ander op te gaan, daarin een warme relatie aan te gaan en vertrouwen uit te stralen. De toegevoegde waarde wordt geleverd op het niveau van behoeften, affect, diepere intuïties en gedragspatronen. Terwijl de berijders elkaar bezig houden met interessante wissewasjes, analyses en voornemens, leggen de olifanten van de coach en de coachee een stevig fundament. Het inhoudelijke gesprek verwordt tot een decor voor de veranderingen die op andere, diepere niveaus plaatsvindt.

    Key points - De eenvoud van coaching

    Coachen is helemaal niet zo ingewikkeld. Je bent er gewoon voor de ander. 

    • Mensen hebben veilige ruimte nodig om te ontwikkelen. 
    • Die ruimte bied je door niet alleen de coachee de gelegenheid te geven zijn of haar verhaal te laten doen, maar vooral door jouw houding naar de coachee toe.
    • Die houding is een van warmte, vertrouwen, waarachtigheid en empathie. 

    5. Kwaliteiten van een coach; Comfortabel zijn in niet-weten

    Leren is een spannende situatie, die je veilig mag maken. Je wordt uitgedaagd om je comfort zone te verlaten en daarbij kan je vaak een steuntje gebruiken. Als coach bied je ook die steun en fundamenteel vertrouwen. Dit vraagt van de coach het vermogen comfortabel te zijn in niet-weten.

    De afgelopen decennia is duidelijk geworden dat kennis en creativiteit belangrijke kwaliteiten zijn om in moderne tijden te overleven. In essentie is creativiteit het uitstellen van je oordeel, om voorbij oude patronen te komen. Eventjes niet-weten. Nu leven we steeds meer in een post-moderne tijd en volstaat creativiteit niet meer. Alles is complexer en dynamischer en er zijn geen zekerheden meer. Er wordt iets nieuws gevraagd, dat verder gaat dan creativiteit en kennis.

    We moeten voortdurend in staat zijn om in te spelen op wat er gebeurt. Onze ratio, de berijder, is daar niet voldoende toe in staat, in z’n eentje. Er komt meer aandacht voor visies die zeggen dat je niet eventjes, maar heel vaak en heel lang niet kan weten. Die visies zeggen dat de intuïtieve olifant een grotere rol moet spelen. Er wordt gesproken, zoals in Theory U, van het vermogen tot presentie, aandachtig zijn en een negatief vermogen.

    Over het negatieve vermogen schreef de dichter John Keats:
    The world around us is far more complex than we can possibly imagine. With our limited senses and consciousness, we only glimpse a small portion of reality. Furthermore, everything in the universe is in a constant flux. Simple words and thoughts cannot capture this flux or complexity. The only solution for an enlightened person is to let the mind absorb itself in what it experiences, without having to form a judgment on what it all means. The mind must be able to feel doubt and uncertainty for as long as possible. As it remains in this state and probes deeply into the mysteries of the universe, ideas will come that are more dimensional and real than if we had jumped to conclusions and formed judgments early on. (Greene, 2012)

    In de toekomst zal dit vermogen nog meer centraal komen te staan. Coaches dienen zich deze kunst eigen te maken. Dit betekent wederom zichzelf als instrument inzetten. Zodat coaches ondanks hun niet-weten een fundamenteel vertrouwen uitstralen. Dit brengt bij de coachee rust en stabiliteit. Dan leert de coachee meer te vertrouwen op zichzelf en de toekomst, om zo ruimte te bieden voor groei.

    Key points - Coaching is niet-weten

    Coachen is dan niet ingewikkeld, het is wel spannend. Want niemand weet het, ook jij als coach niet. 

    • De snel veranderende wereld en haar complexiteit maken dat we het echt niet meer weten. En dat we voortdurend op onszelf zijn teruggeworpen. 
    • Als coach dienen we hier comfortabel in te zijn. Anders kun je de coachee er niet comfortabel in laten zijn. 

    6. Contemplatie in coaching; Samenwerken door los te laten

    Er wordt in coaching naast het vertrouwen van de berijder en olifant ook gewerkt aan hoe ze samenwerken. Problemen van coachees komen vaak doordat ze niet in staat zijn om zichzelf te managen. Ze zijn met zichzelf in strijd en blijven, mede door die innerlijke strijd, in negatieve patronen hangen.

    Concreet kan bijvoorbeeld een coachee erg veel negatieve gedachten hebben over zichzelf. De berijder bestraft voortdurend zichzelf en de olifant. Vaak kunnen mensen daar moeilijk mee stoppen. Ook slechte gewoonten, verslavingen en het niet kunnen beheersen van emoties als agressie zijn moeilijk af te leren. Hier zie je dat de olifant de overhand krijgt en de berijder er bij staat te kijken, of wegkijkt.

    Tot nu toe zijn deze problemen voornamelijk met methoden uit de cognitieve gedragstherapie redelijk effectief aangepakt. Deze vorm van therapie komt regelrecht voort uit de rationele traditie van de Griekse filosofie. Door de ratio te beheersen kunnen we onze omgeving beheersen. Dus als je je gevoel wilt veranderen, of je gedrag wilt veranderen, moet je eerst anders gaan denken. Zo eenvoudig werkt het niet.

    De rationele benadering toepassen op jezelf kan juist averechts werken. Denk maar eens niet aan een witte beer… Ook het onderdrukken of negeren van gevoelens kan averechts werken. Cognitieve gedragstherapie werkt hierdoor niet altijd en niet voor iedereen. De oplossing komt dan van de intuïtieve benadering, zoals mindfulness, of aandachtstraining. Met benaderingen zoals mindfulness leert de coachee gedachten en alles waar ze voor staan los te laten. Om zo de vrijheid en ruimte te scheppen voor het veranderen van denken en doen.

    De huidige ontwikkeling is dat er steeds meer bewijs voor deze contemplatieve methoden komt; positieve effecten op de structuur van de hersenen (Hölzela et al., 2011), vermindering van chronische pijn en het verhelpen van angst, spanning en depressie (Hofman et al., 2010; Grosmana et al., 2004). Deze methoden worden ook steeds meer geïntegreerd met bestaande methoden. Hieruit zijn bijvoorbeeld Mindfulness Based Cognitive Behavioral Therapy en Acceptance and Commitment Therapy (ACT) ontstaan. De berijder en de olifant leren hierin samen te werken door los te laten.

    Key points - Coaching = zelfonderzoek

    Alleen door ratio of door intuïtie komen we niet tot ontwikkeling. We zullen een ruimte in onszelf moeten vinden waar beide constructief meewerken aan leren en integratie. 

    • Die ruimte is ons bewustzijn. 
    • We creëren die ruimte met een meer contemplatieve benadering van begeleiden. 
    • Er is toenemend bewijs uit de wetenschap dat dit effectief en zelfs noodzakelijk is. 

    7. De toekomst van coaching; In liminal space

    We bevinden ons in een spannende tijd. Er is heel veel kennis en we weten nog zo weinig. Alles is in constante flux en we worden door de vrijheid op onszelf terug geworpen. Dit tegen de achtergrond van crises en hypes. Er komt zoveel op ons af dat het ons duizelt en we verwachten dat er nieuwe helderheid gaat komen. Zo’n tijdgewricht heet ‘Liminal Space: een overgangstoestand naar een volgende fase.

    De contouren van de coach van de toekomst lijken duidelijk te worden. Diversiteit zal blijven bestaan. Toch zal er meer integratie plaatsvinden. Wetenschap heeft hierin een belangrijke rol, maar zal tegelijkertijd wijsheid aanwijzen als een van de pijlers van een goede coach. Begeleiden is en blijft een kunst waarbij je jezelf als instrument inzet. Om de berijder en de olifant verder op pad te helpen.

    Wil je een complete coach zijn die zijn tijd ver vooruit is?

    De Erkende Coaching Opleiding voldoet aan alle vereisten van de toekomst. Lees meer!

    Referenties:

    Ainsworth, M., Blehar, M., Waters, E., Wall, S. (1978). Patterns of Attachment. Hillsdale, NJ: Erlbaum.

    Damasio, A. (2005). Descartes’ Error: Emotion, Reason, and the Human Brain. Penguin Books.

    Epstein, S. (2003). Cognitive-experiential self-theory of personality. In Millon, T., & Lerner, M. J. (Eds), Comprehensive Handbook of Psychology, Volume 5: Personality and Social Psychology (pp. 159-184). Hoboken, NJ: Wiley & Sons.

    Haan, De, E. (2008). Relational Coaching: Journeys Towards Mastering One-To-One Learning. Wiley.

    Haidt, J. (2006). The Happiness Hypothesis: Finding Modern Truth in Ancient Wisdom. Basic Books.

    Hofer, M.A. (1987). Early Social Relationships: A Psychobiologist’s View. Child Development. Vol. 58, No. 3 (Jun., 1987), pp. 633-647

    Hofmann, S.G., Sawyer, A.T., Witt, A.A., Oh, D. (2010). The effect of mindfulness-based therapy on anxiety and depression: A meta-analytic review. Journal of Consulting and Clinical Psychology, Vol 78(2), Apr 2010, 169-183.

    Hölzela, B.K., Carmodyc, J., Vangela, M., Congletona, C., Yerramsettia, S.Y., Garda, T., Lazara, S.W. (2011). Mindfulness practice leads to increases in regional brain gray matter density. Psychiatry Research: Neuroimaging. Volume 191, Issue 1, 30 January 2011, Pages 36–43

    Greene, R. (2012). Mastery. Viking Adult.

    Grossmana, P., Niemannb, L., Schmidtc, S., Walachc, H. (2004) Mindfulness-based stress reduction and health benefits A meta-analysis. Journal of Psychosomatic Research 57, 2004, 35–43

    Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow. New York: Farrar, Straus and Giroux.

    Lewis, T., Amini, F., Lannon, R. (2001). A General Theory of Love. Random House.

    Spitz, R.A. (1945). Hospitalism — An Inquiry Into the Genesis of Psychiatric Conditions in Early Childhood. Psychoanalytic Study of the Child, 1, 53-74

    >